Zodra je je verdiept in fotografie, kom je al snel de term diafragma tegen. In deze blog lees je wat het diafragma is, hoe het werkt en welk effect het heeft op je foto. Zo begrijp je beter welke rol deze instelling speelt binnen de belichtingsdriehoek.
In de vorige blog besprak ik de belichtingsdriehoek: diafragma, sluitertijd en ISO. Deze drie instellingen bepalen samen hoe je foto eruit komt te zien. In deze blog staat het diafragma centraal. In de volgende blogs komen sluitertijd en ISO aan bod, zodat je stap voor stap leert hoe deze instellingen samenwerken.
Wat is het diafragma van je camera?
Elke lens heeft een opening waardoor het licht de camera binnenkomt: het diafragma.
De werking van het diafragma is goed te vergelijken met de pupil van je oog. Bij fel licht wordt je pupil kleiner, zodat er minder licht binnenkomt. In het donker wordt je pupil groter, zodat je beter kunt zien.
Het diafragma lens werkt op dezelfde manier. Met behulp van lamellen kan de lensopening groter of kleiner worden gemaakt.
- Staat het diafragma wijd open, dan komt er veel licht binnen.
- Is het diafragma meer gesloten, dan komt er minder licht binnen.
De grootte van deze opening heeft direct invloed op hoe licht of donker je foto wordt.
Wat is het f-getal?
Hoe ver het diafragma open staat, wordt weergegeven met het f-getal. Dat zie je terug in waarden zoals: f/2.8, f/5.6 of f/22.
- Een laag f-getal betekent dat de lensopening groot is.
- Een hoog f-getal betekent dat de lensopening klein is.
Je hoeft de exacte waarden niet te onthouden. Het belangrijkste is dat je begrijpt wat er gebeurt wanneer de lensopening groter of kleiner wordt.

Hoe beïnvloed het diafragma jouw foto?
Het diadragma bepaalt twee dingen: belichting en scherptediepte.
De grootte van het diafragma bepaalt hoeveel licht de camera binnenkomt en heeft daarmee invloed op de belichting van je foto. Tegelijk bepaalt het diafragma hoeveel van je foto scherp is. Dit noemen we de scherptediepte.
Die twee effecten horen bij elkaar en treden altijd samen op als je het diafragma aanpast.
Groot diafragma (laag f-getal):
- Veel licht
- Weinig scherptediepte
- Vervagende achtergrond
- Het onderwerp komt los van de omgeving
Klein diagragma (hoog f-getal):
- Minder licht
- Veel scherptediepte
- Een scherper beeld van voorgrond tot achtergrond
- Het onderwerp maakt meer deel uit van de omgeving
Handig ezelsbruggetje: lager = vager. Een lager f-getal zorgt voor een vagere achtergrond.
Door het diafragma te veranderen, bepaal je dus niet alleen hoe licht of donker je foto wordt, maar ook hoe de scherpte in je beeld verdeeld is. Daarmee beïnvloed je waar de aandacht van de kijker naartoe gaat.


Oefening: probeer het zelf
Ga op zoek naar een duidelijk onderwerp met een rustige achtergrond, zoals een bloem, een paaltje of een steen. Zorg dat het onderwerp niet beweegt.
- Zet je camera op diafragmavoorkeuze (A of Av). In deze stand kies jij het diafragma en past de camera automatisch de sluitertijd en ISO aan.
- Kies een laag f-getal en maak een foto.
- Kies daarna een hoger f-getal en maak opnieuw een foto.
- Herhaal dit nog één of twee keer met steeds een ander f-getal.
Bekijk de foto’s naast elkaar en let daarbij op:
- Wat gebeurt er met de achtergrond?
- Waar gaat je oog als eerste naartoe?
- Welke foto oogt rustiger?
- Welke foto laat meer van de omgeving zien?
Om te onthouden
Het diafragma bepaalt hoeveel licht de camera binnenkomt én hoeveel van je foto scherp wordt. Door de lensopening groter of kleiner te maken, stuur je niet alleen de belichting, maar ook waar de aandacht van de kijker naartoe gaat. Door hiermee te oefenen leer je het effect herkennen en bewust inzetten tijdens het fotograferen.
Wil je meer leren over de belichtingsdriehoek? In de volgende blog duiken we in sluitertijd!
