Na het kiezen van je instellingen komt het belangrijkste moment: kijken of je foto is gelukt. Niet pas thuis achter je computer, maar al tijdens het fotograferen. Veel fotografen herkennen het gevoel: je maakt een foto, kijkt op het schermpje en weet direct of dit is wat je voor ogen had. Soms klopt het in één keer, soms zie je dat er nog iets mist. In beide gevallen ben je je foto aan het lezen.
In deze blog laat ik je zien hoe je dat bewust doet: hoe je tijdens het fotograferen beoordeelt of je instellingen, compositie en keuzes hebben gewerkt en hoe je dat gebruikt om je volgende foto nog beter te maken.
Wat ik bedoel met ‘een foto lezen’
Een foto lezen betekent dat je niet alleen kijkt wat er op de foto staat, maar vooral hoe het beeld op je overkomt. Je bekijkt de foto met aandacht en vergelijkt wat je ziet met wat je wilde laten zien.
Na de vorige blog weet je dat elke foto begint met een creatieve keuze en een technische prioriteit. Tijdens het terugkijken controleer je of die keuzes hebben gewerkt. Daarbij kan je jezelf vragen stellen als:
- Waar gaat mijn blik als eerste naartoe?
- Heb ik mijn onderwerp goed in beeld gebracht?
- Klopt de belichting met wat ik voor ogen had?
- Is de foto scherp waar hij scherp moet zijn?
- Past dit beeld bij mijn oorspronkelijke idee?
Deze vragen behandel ik hieronder één voor één.
Hoe ik tijdens het fotograferen mijn foto’s beoordeel
Waar gaat mijn blik als eerste naartoe?
Wanneer je een foto bekijkt, wordt je blik automatisch ergens naartoe getrokken. Idealiter is dat het onderwerp dat je wilde fotograferen.
Als mijn blik blijft hangen bij een afleidende kleur of een element op de achtergrond, weet ik dat de foto niet klopt. Soms gaat het om een detail dat ik tijdens het maken niet zag, maar dat in de foto ineens veel aandacht krijgt.
Wat ik dan doe:
Wanneer dit te veel afleidt, maak ik vaak nog een foto. Ik probeer het storende element minder in beeld te brengen of juist helemaal weg te laten.
Heb ik mijn onderwerp goed in beeld gebracht?
Is het onderwerp dat ik voor ogen had duidelijk in de foto aanwezig of staat er eigenlijk te veel op de foto?
Een foto kan technisch prima zijn, maar toch niet werken omdat er te veel op staat. Als ik merk dat mijn onderwerp wegvalt, stel ik mezelf de volgende vragen:
- Moet ik dichterbij het onderwerp staan?
- Moet ik iets weglaten?
- Moet ik mijn standpunt veranderen?
Dit sluit direct aan op de creatieve keuze uit de vorige blog: wat wil je laten zien?


Klopt de belichting met wat ik voor ogen had?
Soms valt een foto lichter of donkerder uit dan ik had verwacht. Dat vertelt mij dat ik het licht anders heb vastgelegd dan hoe ik de situatie beleefde.
Dit is het moment waarop ik besluit dat ik iets wil aanpassen en waarop de belichtingsdriehoek weer in beeld komt:
- Is mijn diafragma nog passend voor mijn creatieve doel?
- Moet mijn sluitertijd korter of langer?
- Kan mijn ISO omhoog of omlaag zonder ongewenste effecten?
Belangrijk: Ik kijk niet alleen naar de helderheid van de foto, maar ook naar de sfeer. Soms wil ik juist een donkerder beeld, soms niet.
Is de foto scherp waar hij scherp moet zijn?
Niets is zo teleurstellend als thuiskomen en ontdekken dat een foto waar je tevreden over was toch onscherp blijkt te zijn. Daarom kijk ik tijdens het fotograferen altijd even kritisch naar de scherpte.
Door op mijn camera tot 100% op de foto in te zoomen, controleer ik of het onderwerp echt scherp is. Ik controleer:
- Is mijn onderwerp echt scherp?
- Is mijn sluitertijd snel genoeg geweest?
- Heeft mijn diafragma voldoende scherptediepte gegeven?
Dit kost maar een paar seconden en kan voorkomen dat ik later ontdek dat ik het moment nét niet goed heb vastgelegd.
Past dit beeld bij mijn oorspronkelijke idee?
Wanneer ik een foto maak, heb ik meestal al een beeld in mijn hoofd van hoe de foto eruit zou moeten zien. Tijdens het terugkijken vergelijk ik dat idee met wat er daadwerkelijk op de foto staat.
Soms klopt het niet omdat:
- er meer afleiding is dan ik dacht
- het licht anders valt
- de compositie niet werkt
- de omgeving niet meewerk
In sommige gevallen kan ik daar iets aan veranderen door mijn standpunt of instellingen aan te passen. In andere gevallen merk ik dat mijn idee niet past bij de werkelijkheid. Dan weet ik dat het geen zin heeft om nog een foto te maken en laat ik het los. Ook dat hoort bij fotograferen: niet elke situatie laat zich vangen zoals je had bedacht.


Probeer het zelf
Neem de volgende keer dat je op pad gaat om te fotograferen na elke foto even de tijd om deze goed te bekijken. Stel jezelf de volgende vragen:
- Waar gaat mijn blik als eerste naartoe?
- Is dat ook wat ik wilde laten zien?
- Is de foto lichter of donkerder dan ik had verwacht?
- Komt de foto overeen met wat ik voor ogen had?
- Klopt de scherpte?
- Heeft mijn creatieve keuze gewerkt?
Maak indien nodig nog een foto met een kleine aanpassing.
Thuis kun je deze oefening herhalen door je foto’s rustig terug te kijken. Je zult merken dat je steeds sneller herkent waarom een foto wel of niet werkt. Dat is het begin van bewust leren kijken.
Om te onthouden
Een foto beoordelen begint niet bij instellingen, maar bij kijken. Door tijdens het fotograferen even stil te staan bij wat je ziet op het scherm, leer je begrijpen waarom een foto wel of niet werkt voor jou.
Hoe vaker je dit oefent, hoe sneller je gaat herkennen wat geschikte plekken zijn voor het maken van mooie foto’s en wat jouw beeld nodig heeft om het net dat beetje extra te geven.
